Of je nou gelovig bent of niet: de vraag hoe we moeten leven is misschien wel relevanter dan ooit. Voor dominee Marien Kollenstaart is het antwoord glashelder: zoals Jezus. In zijn boek met deze gelijknamige titel gaat Marien op zoek naar antwoorden op vragen van deze tijd. In drie artikelen neemt hij ons mee naar het leven en de boodschap van Jezus.
Een tv-reclame uit 1985 heeft blijkbaar bij mij als zevenjarig kind zo’n indruk gemaakt dat ik mij deze nu nog herinner. Twee klunzige clowns met kleurige kleren wilden ieder in een wasmachine stappen, maar zagen er toch van af. De kleren van de ene werden gewassen met een gewoon wasmiddel en van de ander met Fleuril. Toen de clowns na hun wasbeurt hun mouwen naast elkaar hielden om het effect van beide wasmiddelen te checken, zag je natuurlijk overduidelijk het verschil in kleur.
In het boek De meeste mensen deugen daagt historicus Rutger Bregman het negatieve mensbeeld uit dat hij vooral onder christenen bespeurt: het beeld van de mens die geneigd is tot alle kwaad en onbekwaam tot enig goed, zoals de Heidelbergse Catechismus schrijft. Wij zijn volgens hem gehersenspoeld met het idee dat we egoïstisch zijn. Daardoor gaan we elkaar wantrouwen en daar begint de ellende. We zouden er volgens hem juist van moeten uitgaan dat de ander, zelfs je vijand, het goede met je voor heeft. De mens heeft volgens Bregman niet slechts een dun laagje beschaafdheid waaronder een wreed beest schuilt dat naar boven komt zodra er druk op de ketel staat – de zogenaamde ‘vernistheorie’.
Bregman kan praten als Brugman, maar zelf ervaar ik die vernistheorie wel degelijk in mijn eigen leven. Als ik goed geslapen heb en fit ben, heb ik veel meer geduld dan wanneer ik moe en gestrest ben. Mijn lontje is vaak korter bij de ‘drie v’s’ in mijn leven: voetbal, verkeer en vaderschap. In het heetst van de strijd of als ik afgesneden word op de snelweg, merk ik dat het me moeite kost om vriendelijk te blijven. Ook het vaderschap is een confronterende spiegel die mijn ongeduld en onvermogen laat zien als mijn kinderen jengelen of ruzie maken.
Dit zijn nog onschuldige voorbeelden van druk. Maar wat als je stelselmatig gepest of mishandeld wordt? Wat als je buurman je dochter verkracht of je vader vermoordt? Hoe reageer je dan? Bregman zegt dat we in zulke situaties goede leiders nodig hebben, zoals Mandela, die geen kwaad met kwaad vergelden. Nog één stap en hij zou om Jezus kunnen roepen, die dit niet alleen onderwees maar ook consequent in de praktijk bracht. In zijn eigen ‘Bregrede’ noemt hij Jezus’ onderwijs een inspirerend voorbeeld, maar hij erkent dat het indruist tegen ons gevoel. Hier lijkt hij dicht tegen de noodzaak van verlossing aan te schuren. Want deugen wij wel echt zoals hij beweert?
Twee clowns vergeleken
Laten we nog even terugkomen op de reclame met de clowns die de kleuren van hun mouwen vergelijken. Waar het mij om gaat, is dit laatste moment. Als wij onze mouwen naast die van onze buurman, collega, klasgenoot, zelfs langs die van de dominee leggen, dan zullen de kleuren niet zo verschillen. Natuurlijk is de een wat aardiger dan de ander. Geeft zij wat meer geld aan het goede doel, maar maait hij voor zijn oude buurman het gras. Maar over het algemeen vinden we van onszelf dat we best wel deugen. Zeker in vergelijking met een pedofiel, junkie of crimineel zijn we in onze eigen ogen best brave burgers. Het punt is alleen dat we in de Bijbel worden vergeleken met totaal iemand anders. Onze levens worden naast dat van Jezus gelegd. Wat zie ik als ik mijn mouw voorzichtig naast het bovenkleed van Jezus houd? Als ik mijn woorden en daden eerlijk vergelijk met Jezus, dan faal ik. Of in het kader van onze metafoor: dan vaal ik.
Hoe langer ik christen ben, hoe meer ik Jezus begin te leren kennen, hoe dichter ik bij Hem probeer te leven, hoe meer ik dit besef. In Zijn licht ontdek ik mijn schaduwkanten: er is geen enkele reden om mezelf ook maar een haar beter te voelen dan een ander mens, ook niet dan die pedofiel, junkie of crimineel. Zelf ervaar ik dit inzicht overigens niet als deprimerend, maar eerder als bevrijdend. Ik hoef de schone schijn niet op te houden of bang te zijn dat mijn vuile was buiten gehangen wordt. Want Jezus confronteert mij niet alleen met mijn vale kleuren, Hij brengt ook een oplossing: Hij is hét wasmiddel, de Middelaar die ons schoon wast van onze zonden.
Uiteindelijk is het erkennen van onze eigen ‘vale kleuren’ geen nederlaag, maar een bevrijdend vertrekpunt. Het haalt de druk van de ketel om perfect te moeten deugen in een wereld die altijd oordeelt. In de nabijheid van Jezus hoef je niets mooier te maken dan het is; Hij is er immers om ons weer stralend te maken. Binnenkort laten we je kennismaken met een tweede verhaal uit het Zoals Jezus.
