De migranten Naomi en Ruth

Of je nou gelovig bent of niet: de vraag hoe we moeten leven is misschien wel relevanter dan ooit. Voor dominee Marien Kollenstaart is het antwoord glashelder: zoals Jezus. In zijn boek met deze gelijknamige titel gaat Marien op zoek naar antwoorden op vragen van deze tijd. Na het in het vorige artikel gehad te hebben over de vraag van het consumentisme, gaat het dit keer over gastvrijheid. Stel je voor: Jezus leefde nu als Nederlander. Hoe zou Hij zich opstellen in onze multiculturele samenleving?

Het boek Ruth is een prachtig verhaal over liefde en hoop na lijden. Maar wat valt er te zien als we dit lezen met de bril van migratie?

De hoofdpersonen zijn Naomi en Ruth. Ruth is een vreemdeling, vanuit het perspectief van Israël dan: een Moabitische, een dochter van de vijand. Ook haar schoonmoeder Naomi was ooit een vluchteling, gemigreerd van Betlehem naar buurland Moab vanwege een hongersnood. Daar hebben ze elkaar leren kennen. Als het noodlot hen treft in Moab, keert Naomi terug naar haar geboorteplaats en haar schoondochter gaat mee. 

Als ik hierover preek, vraag ik altijd eerst aan het kerkpubliek welke vluchtelingen welkom zijn in Nederland. Politieke oorlogsvluchtelingen? Alle handen gaan de lucht in. Economische vluchtelingen dan? Slechts een enkele hand gaat aarzelend omhoog. En Naomi als ze nu geleefd had? Natuurlijk, de handen worden weer en masse opgestoken. Ruth? Ja, die ook is de mening van de meerderheid. Deze populaire bijbelse migrant dingt mee voor verkiezing van kerkelijke knuffelallochtoon van het jaar. Als ik dan vraag wat voor soort vluchtelingen Naomi en Ruth eigenlijk zijn, blijft het stil. Je hoort de hersenpannen kraken: in welke categorie zou de IND hen indelen? Langzaam begint een enkeling de valstrik van de eigen inconsistentie door te krijgen. Volgens hun politieke opvattingen hadden Naomi en Ruth nooit ons land mogen binnenkomen. Naomi en haar man Elimelech zouden op Twitter uitgemaakt worden voor ‘ordinaire gelukzoekers’ en ‘profiteurs’. Natuurlijk: er was hongersnood. Maar niet iederéén vertrok, getuige de ontvangst die Naomi bij haar terugkeer kreeg. Ze hadden best kunnen proberen het vol te houden, zou ons hautaine oordeel zijn. En Ruth dan? Zij wilde na de dood van haar man mee met Naomi naar haar geboorteland. Ze valt als schoondochter niet eens onder de gezinshereniging. Wat zou het lot zijn van Naomi en Ruth als ze nu gevlucht zouden zijn? Als slavinnen verkocht op een Libische markt? Verdronken op de Middellandse Zee? Gestrand en vastgezet op Lesbos? Of teruggestuurd door de IND? Eén ding is zeker: ze zouden die zondagmorgen niet in de kerkbanken hebben mogen zitten. Noch van de politiek, noch van de rechter, zeker niet van de publieke opinie. En zelfs niet van de meeste kerkgangers.

Vluchtverhaal

In mijn werk voor een multiculturele gemeente heb ik verschillende vluchtverhalen gehoord. Stuk voor stuk grepen die me naar mijn strot. Wat een lijden hebben deze mensen meegemaakt. En de struggles zijn echt niet voorbij als ze veilig in Nederland zijn aangekomen. De moeite om een andere taal te leren, werk te vinden, zich aan te passen aan een vreemde cultuur, een nieuw bestaan op te bouwen. En dat alles staat los van alle trauma’s die ze met zich meedragen en moeten zien te verwerken. 

Naomi zou ons ook een heftig vluchtverhaal kunnen vertellen. Ze dacht dat ze veilig was voor de hongerdood in Moab. Maar de dood sloeg alsnog op een onverwachte manier genadeloos toe in haar gezin. Ze verloor haar man en twee zonen. Totaal gedesillusioneerd en getraumatiseerd kwam ze, met lege handen en een lege blik in haar ogen, terug in haar geboortestad. 

Christenmigrant

Wat heeft de migrant Ruth ons nu te vertellen? Zij zei tegen Naomi: ‘Jouw God is mijn God.’ (Ruth 1:16) In tegenstelling tot wat de angstige vooroordelen doen vermoeden is de meerderheid van de vluchtelingen niet moslim, maar christen. Het aantal christenmigranten ligt tussen de 1 en 1,3 miljoen, meer dan het totaal aantal moslims, allochtoon en autochtoon. Je zou gekscherend kunnen stellen dat als je de ontkerkelijking wil stoppen, je de grenzen wagenwijd open moet zetten: er komen namelijk meer christenen dan andersoortige gelovigen binnen. Daarnaast zijn er ook veel migranten die christen worden voor, tijdens of na hun reis. De verandering van godsdienst is vaak de reden voor hun vlucht. In Europa ervaren ze godsdienstvrijheid en is er ruimte om geloofsvragen te onderzoeken. Als ze dan in aanraking komen met gastvrije christenen, kunnen ze besluiten om Jezus te gaan volgen. 

Bewogen om asielzoekers

Eenmaal gearriveerd in Betlehem, zoekt Ruth werk om brood op te plank te brengen voor haar en haar schoonmoeder. Ze komt terecht op de akkers van een ver familielid van Naomi, Boaz. Hoe reageert hij op deze vluchteling? 

  • Hij informeert wie ze is (Ruth 2:5);
  • legt contact met haar zelf (2:8); 
  • verschaft haar werkgelegenheid (2:8-9);
  • garandeert haar veiligheid (2:9);
  • leert de mens achter de vreemdeling kennen (2:11); 
  • behandelt haar gelijkwaardig (2:14);
  • nodigt haar uit om samen te eten (2:14); 
  • deelt zijn geloof. (2:12)

De naam Boaz zou een afkorting kunnen zijn van Bewogen Om AsielZoekers. Waar komt zijn openheid voor deze vreemdeling uit een vijandig volk vandaan? In het geslachtsregister van Jezus in Matteüs 1 staat iets opvallends over Boaz’ afkomst: hij is de zoon van de Kanaänitische Rachab (Matteüs 1:5), een hoer uit Jericho (Jozua 2). Hij had dus zelf ook buitenlands bloed door zijn aderen stromen! Boaz was de vrucht van de gastvrijheid voor vreemdelingen van de God van Israël. Door zijn biografie werd zijn overtuiging gevormd. Boaz verwoordt zijn geloof als volgt naar Ruth: ‘Moge de HEER je daarvoor rijkelijk belonen – de HEER, de God van Israël, onder wiens vleugels je een toevlucht hebt gezocht.’ (Ruth 2:12) Boaz leek in zijn gastvrijheid op God: namens Hem breidde hij zijn beschermende vleugels uit voor haar om onder te schuilen. 

Zorg voor vreemdelingen is een bijbelse opdracht. De uitvoer ervan is voor ons niet vanzelfsprekend. De beginregels van vers 6 van een bewerking van Psalm 146 (Psalm 146c uit het Nieuwe Liedboek) verwoorden dit scherp:

Vreemdeling, die hier op aard moet gedogen

dat u de haat der mensen treft.

Er zit ergens een monsterlijk mechanisme in de menselijke aard. Je zou verwachten dat de zwakke, zoals de vluchteling, automatisch wordt geholpen door de sterke. In plaats daarvan zie je juist vaak het tegenovergestelde gebeuren. Vluchtelingen hebben al zoveel meegemaakt, en dan komen ze aan in Europa en worden ze geconfronteerd met nog meer afwijzing en haat. De Almachtige is juist wel bewogen. De berijmde psalm van Johann Daniel Herrnschmidt vervolgt:

Hij richt u op, als gij neer zijt gebogen

en Hij buigt neer wie zich verheft.

De rode draad door heel de Bijbel heen is dat God een God is van de zwakke, de arme, de vreemdeling. Die elke vorm van onrecht en onderdrukking verafschuwt. Christelijk Europa zou toch beter moeten weten en is gewaarschuwd…

De vraag voor ons is in hoeverre wij op Boaz lijken. En dus op de God van Israël. Hoe kun je concreet je vleugels weid openspreiden voor migranten? Boaz’ voorbeeld kan ons daarbij praktisch helpen. Informeer jezelf als christen, als kerk, over (christen)migranten in je wijk of dorp. Praat niet alleen óver ze, maar ook vooral mét ze. Leer het verhaal van de mens achter dat andere uiterlijk kennen. Ga samen eten, samen werken. Benader hen als gelijkwaardig; sta oprecht open voor wat je als mens en gelovige van hen kan leren. En deel tenslotte het geloof in de God van Israël, wiens vleugels alle nationaliteiten omvatten. De veelkleurige, veelzijdige Schepper naar wiens beeld we allemaal moeten veranderen. 

Meld je aan en ontvang elke woensdag een nieuw verhaal

vul hieronder je e-mailadres in om op de hoogte te geworden gehouden door middel van onze nieuwsbrief...