Een gezamenlijke maaltijd tijdens de feestdagen: de een kijkt ernaar uit, de ander ziet er als een berg tegenop. Want deze bijeenkomsten zijn bij uitstek gelegenheden waarop je geconfronteerd wordt met die vrienden en familieleden die er compleet andere meningen op na houden. En dat kan de sfeer flink beïnvloeden.
Onze feestmaaltijden schijnen zelfs korter te duren, aangezien er sprake is van grotere onderlinge meningsverschillen (zie Gavin Ortlund in zijn boek De kunst van het meningsverschil). We kiezen er eenvoudigweg voor om bepaalde onderwerpen te ontwijken en maar helemaal niet meer met elkaar in gesprek te gaan.
We lijken vast te zitten in een systeem: een structuur waarbij we onbewust worden beïnvloed door (sociale) media en meningenbubbels, die als geen ander onderbuikgevoelens weten aan te spreken en aan te wakkeren. Dit zorgt ervoor dat we de ander niet meer als mens, maar als een opvatting zien.
‘Hoe kunnen we voorkomen dat we ons allemaal ingraven in onze eigen loopgraaf, met starre meningen en vastgeroeste opvattingen?’
Hoe kunnen we dit systeem doorbreken? Hoe kunnen we voorkomen dat we ons allemaal ingraven in onze eigen loopgraaf, met starre meningen en vastgeroeste opvattingen? Hoe maken we straks de maaltijden wat aangenamer? Een gebeurtenis van meer dan honderd jaar geleden biedt een verrassende les.
Het is december 1914. De Eerste Wereldoorlog is een aantal maanden onderweg, en duurt al langer dan menigeen had voorzien of gehoopt. Aan het front hebben beide partijen zich vlak tegenover elkaar teruggetrokken in de loopgraven. De bijzondere gebeurtenissen die volgen zijn door de jaren heen vaak overgeleverd en verteld, met soms mythevorming en de vermenging van feit en fictie als gevolg. Maar dat het is gebeurd, staat vast.
Het begint op een avond met een kerstlied. Britse soldaten horen in de verte Duitse soldaten ‘Stille Nacht’ zingen. Al snel vallen de Britten samen met Franse troepen in, en klinkt de bekende melodie drietalig over de vlakte. Waar maandenlang het geluid van inslaande bommen en granaten had geklonken, is nu een bekend lied hoorbaar, dat voor een onverwachte harmonie zorgt.
De volgende ochtend neemt de situatie wederom een verrassende wending: onwennig verlaten aan beide zijden soldaten hun loopgraaf, en betreden het tussenliggende niemandsland, om elkaar daar te ontmoeten. Hier wensen ze elkaar een goede Kerst toe, wisselen eten uit en vertellen de ander over hun familie. Sommigen gaan met elkaar op de foto. Er gaan zelfs geruchten rond over georganiseerde voetbalwedstrijden tussen de partijen.

Britse en Duitse troepen ontmoeten elkaar in niemandsland tijdens het onofficiële bestand. (Britse troepen van de Northumberland Hussars, 7e Divisie, sector Bridoux-Rouge Banc).
‘Voor even zagen zij hun tegenstander aan de overkant niet als vijand, maar als mens’
Generaals en officieren aan beide kanten zijn furieus. Niet lang daarna zal de strijd weer verdergaan, met nog vier verschrikkelijke oorlogsjaren tot gevolg. Toch spreekt dit Kerstbestand (of Christmas Truce) tot op de dag van vandaag tot de verbeelding. Het is opzienbarend dat die week op meerdere plekken soldaten het oorlogssysteem saboteerden. Voor even zagen zij hun tegenstander aan de overkant niet als vijand, maar als mens; een mens die iets te vieren heeft, een mens met familie en een thuisfront, een mens die dit systeem eigenlijk afkeurt, maar er tegen wil en dank onderdeel van is.
Terug naar onze maaltijden: hier gaan we elkaar dan wel niet met wapens, maar misschien wel met woorden te lijf. De lef (want moedig was het zeker!) van de soldaten kan een inspiratie voor ons zijn. Durven we daadwerkelijk te luisteren naar de ander en het gesprek aan te gaan over wat ons verbindt? Durven we onze eigen loopgraaf te verlaten om de ander in de ogen te kijken? Dit zou een ondermijning betekenen van het ongezonde systeem waar we zelf onderdeel van zijn.
En mochten woorden tekortschieten, of niet voorhanden zijn: praat dan niet, maar zing dan eens een lied samen, net als de soldaten. Want dat zou de ultieme sabotage van het systeem betekenen: niet tegen elkaar schreeuwen, maar in harmonie zingen, vanuit de onderbuik.
In 1990 bracht The Farm het lied ‘All Together Now’ uit, een ode aan de soldaten van het Kerstbestand.